De meest gemaakte fouten bij burgerparticipatie

0 Flares Filament.io 0 Flares ×
  1. In het begin van de burgerparticipatie verzuimen de cruciale vragen te stellen
  2. Verzuimen duidelijke doelen te stellen
  3. Verzuimen insprekers te vertellen waarom ze zijn uitgenodigd
  4. Niet duidelijk vertellen waarop de insprekers nog invloed kunnen hebben
  5. Afwezigheid op bijeenkomsten van de gastheer/vrouw
  6. Bureaucratisch of technocratisch taalgebruik
  7. Belangstellenden uitnodigen wanneer alles al in kannen en kruiken is
  8. Vragen naar de bekende weg en vrij spel geven aan het Nimby-syndroom

1. Slechte voorbereiding van de burgerparticipatie door de juiste vragen niet te stellen

Voor succesvolle burgerparticipatie is een goede voorbereiding essentieel. Helaas vergeten beleidsmakers vaak aan het begin van het beleidsproces de cruciale vragen te stellen. Een fout met heel vaak negatieve gevolgen.

Die cruciale vragen zijn:

  1. Wie zijn belanghebbend bij onze voornemens?
  2. Wie kunnen helpen onze plannen te realiseren?
  3. Wie kunnen de realisatie van onze plannen bemoeilijken?
  4. Hoe belangrijk zijn voor ons die groepen en personen?
  5. Hoe zwaar moeten we ze in de planontwikkeling laten participeren?

Het zijn eenvoudige vragen en het beantwoorden ervan is meestal ook niet zo moeilijk. De antwoorden bepalen grotendeels het vervolg van het proces.

2. Geen duidelijk doel voor ogen hebben

Een andere belangrijke vraag die bij burgerparticipatie vaak niet wordt beantwoord: wat is het doel van de participatie? Dat geldt voor de planontwikkeling in haar geheel, maar ook voor een participatiebijeenkomst.

De meest voorkomende doelen zijn:

  • onnodig verzet tegen de plannen voorkómen,
  • de plannen verbeteren door gebruik te maken van kennis en ideeën van insprekers en
  • voldoen aan de wensen van het bestuur.

Wie geen duidelijk participatiedoelen stelt, kan nooit de beste participatievorm kiezen en kan belangstellenden ook niet uitleggen waarom ze worden uitgenodigd.

 3. Onduidelijke uitnodigingen versturen aan belanghebbenden

Dit komt veel voor. En de gevolgen zijn vervelend. De in de procedure minst machtige personen zijn namelijk altijd argwanend. Ze vragen zich af of het wel allemaal serieus is en geen schijnvertoning. Proberen jullie niet alleen maar mooie sier te maken met het overleg, maar zijn jullie helemaal niet van plan om serieus te luisteren?

Vaak geven planontwikkelaars ook redenen die geen redenen zijn, zoals: ‘we nemen uw opmerkingen mee’ en ‘uw reactie gaat naar het bestuur en blijft ook bij de stukken zitten’.

Wat zijn wèl goede redenen? Dat is heel eenvoudig: de redenen die u hebt om de mensen uit te nodigen.

Een fout die in het verlengde ligt: niet alle belanghebbenden uitnodigen.

4. Onduidelijkheid over de mate van invloed van de burgerparticipatie

Maak duidelijk wat vast staat! Formeel, maar ook informeel. Als het bestuur iets heeft van ´oplossing b is over ons lijk!´, vertel dat dan.

Leg wel uit waarom iets onbespreekbaar is. Natuurlijk moeten dat begrijpelijke redenen zijn. `Het parkeren moet weg in uw straat omdat de wethouder niet van auto´s houdt,` is bijvoorbeeld geen overtuigende reden.

5. Geen gastheer/vrouw aanwezig op burgerparticipatiebijeenkomst

Wanneer de projectleider met de participatie zijn voorstellen wil verbeteren, is hij de gastheer. En hij is altijd op een participatiebijeenkomst. Maar als het bestuur beter zicht wil krijgen op de opvattingen van de belanghebbenden en de intensiteit ervan, dan is in feite het bestuur de gastheer. En bestuurders ontbreken vaak.

Dit heeft vooral twee vervelende gevolgen:

  1. Het voedt het wantrouwen van de genodigden. “Als het bestuur echt in ons geïnteresseerd is, waar is het dan?”
  2. Een niet-bestuurlijk medewerker kan de doelen van het bestuur niet met het elan en de overtuiging uitleggen als het bestuur zelf. Soms noemt hij ook niet de bestuurlijke doelen van de beleidsontwikkeling, maar de ambtelijke, en die kunnen erg verschillen.

Het is ook mogelijk dat er wel een bestuurder is, maar dat hij/zij pas het woord neemt als dat niet anders kan. Dat komt ronduit vreemd over.

Wanneer het bestuur met belangstellenden wil praten, dient het ze zelf te ontvangen en welkom te heten en moet het uitleggen waarom de aanwezigen zijn uitgenodigd en wat de doelen van de planontwikkeling zijn. Wanneer deelnemers iets beweren, verwachten ze een reactie van de bestuurder.

Voor het verdere verloop van de avond is een externe of anderszins onafhankelijke voorzitter belangrijk voor het proces.

6. Bureaucratisch of technocratisch taalgebruik

Parkeerdruk, structuurvisie, integraal faciliterend, waterbedeffect, coproductie, regulier beleid, sociale cohesie, monitoring, subsidieplafond, smart maken en zo voort. Voor veel mensen is dit abracadabra, maar binnen bureaucratische of technocratische organisaties is het heel normaal taalgebruik. Daarom wordt het ook extern heel veel gebruikt.

Stel je altijd voor dat je je verhaal vertelt aan de verkoopster in de snackbar. Dat brengt je met beide voeten op de grond.

7. Belangstellenden uitnodigen als alles al in kannen en kruiken is

Een klassieke fout, die de geloofwaardigheid van de participatie en uw hele organisatie aantast.

Iedereen begrijpt dat aan het eind van de planontwikkeling alleen dreigende opstand jullie plannen nog wezenlijk kan doen veranderen.

Je kunt deze fout alleen maar maken wanneer je aan het begin van de planontwikkeling niet goed hebt nagedacht (fout 1).

8. Vragen naar de bekende weg en vrij spel geven aan het Nimby-syndroom

“Wat vindt u ervan dat er veel meer verkeer door uw straat gaat komen?” Dan wel het presenteren van een plan met dezelfde strekking. Dit is de belanghebbenden niet serieus nemen, en dat ervaren ze ook zo. Kijk niet verbaasd als de pleuris uitbreekt.

Hoe moet het dan wél? Daarop zijn twee antwoorden:

  1. U kunt zeggen: “We begrijpen dat u hier niet gelukkig mee bent. Daarom willen we met u de voor- maar ook de nadelen van deze oplossing bespreken, zodat het bestuur een zo scherp mogelijk afweging tussen voor- en nadelen kan maken. Bovendien willen we met u bespreken hoe we de nadelen zoveel mogelijk kunnen beperken.”
  2. U had de keuze tussen verkeersoplossingen waar de extra drukte uit voort komt, al met de belanghebbenden kunnen (en moeten) bespreken. “Dit is het probleem…. Dit zijn de vijf mogelijke oplossingen…. Zien we mogelijke oplossingen over het hoofd? En wat zijn de voor- en nadelen van de mogelijke oplossingen?”

In feite gaat het hier om het temmen van het Nimby-syndroom (Not In My BackYard). Wanneer iemand duidelijk in zijn eigenbelang wordt geschaad, is hij even niet zo geïnteresseerd in het algemeen belang.

Er zijn drie manieren om het effect hiervan te beperken:

  1. Het voorafgaande afwegingsproces tussen alternatieven zichtbaar maken en belanghebbenden laten meedenken en -praten. Dit vergroot de legitimiteit van de gemaakte keuze.
  2. Belanghebbenden expliciet uitnodigen voor hun eigen belang te pleiten, om het bestuur de mogelijkheid te geven een zo goed mogelijke afweging te maken.
  3. De geschade belanghebbenden betrekken bij de verdere uitvoering van de maatregelen. Dit beperkt hun angst voor de gevolgen.

Meer weten? Kies dan deskundig advies. Of koop dat handzame boekje waar alles in staat.

0 Flares Twitter 0 Facebook 0 LinkedIn 0 Google+ 0 Email -- Filament.io 0 Flares ×

Reacties

Loading Facebook Comments ...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *