Blunderen met berichten

66 Flares Filament.io 66 Flares ×

“De krant brengt de leugens in het land”, riep mijn goede vader vroeger al. En ik ging de journalistiek in. In die journalistiek waren grondregels en principes: feiten moesten kloppen. Dat betekende check, check, dubbelcheck.
Inmiddels lijkt die oude journalistiek in een soort doodsstrijd te verkeren. Worstelend met nieuwe snelle media, blogs en twitteraars die als ooggetuige met speels gemak de toegesnelde journalist verslaan. In de strijd om de lezer, de luisteraar, kijker en surfer lijken feiten ook minder belangrijk geworden, of krijgen in ieder geval minder aandacht dan meningen en emotie. En die gefundeerde meningen lijken nog maar zelden gebaseerd op gecontroleerde feiten. Het zijn met andere woorden te vaak loze beweringen. Als ze maar spannend zijn. De traditionele journalistieke taak om die gefundeerde mening van die loze bewering te onderscheiden en de roeptoeters te ontmaskeren, lijkt in de annalen van de geschiedenis te zijn verdwenen.

Ik vertel dit verhaal al jaren tijdens mediatrainingen en probeer mensen te leren hoe je daar mee om kunt gaan. Hoe pijnlijk deze er in geslopen praktijk kan uitvallen, ondervond ik recentelijk, toen een vriend en collega bij het rijden van het wereldkampioenschap wielrennen voor journalisten in Oostenrijk (Tirol) om het leven kwam.

Eigenlijk zou ik zelf meerijden, maar omdat ik nog behoorlijk serieus geblesseerd was na een zware valpartij, had ik afgezegd. Op zondagavond, kort na het dodelijke ongeval, werd ik door een andere vriend en collega op de hoogte gebracht van de dramatische gebeurtenis. De andere dag stond er een stuk in de Tiroler Tageszeitung, dat van geen kanten klopte. De plaatselijke journalist had iemand van de organisatie gesproken en klakkeloos een verhaal opgeschreven. Niemand van het organiserende comité (WPCC) was om informatie gevraagd, er was niets gecheckt.

Weer een dag later stond het verhaal, bijna letterlijk vertaald in diverse Nederlandse kranten en websites. Ook in de plaatselijke Gelderlander, waar de overleden journalist nota bene vroeger zelf gewerkt had. Verschillende journalisten van die krant kenden het slachtoffer, kennen de andere journalist van dezelfde krant die meereed en kennen mij, als oud-collega. Eén keer hardop iets roepen over de redactie en ze hadden de telefoonnummers gehad van mensen waarbij ze alle informatie hadden kunnen checken. En voor wie met een héél klein beetje verstand van zaken naar het Oostenrijkse bericht zou kijken (of het daarop gebaseerde bericht van andere Nederlandse media) zou die noodzaak zich moeten opdringen, want het bericht kon gewoon niet kloppen. Toch nam niemand de moeite het bericht te checken.

De feitelijke onjuistheden in het Oostenrijkse bericht waren ronduit pijnlijk. En al die feitelijke onjuistheden werden dus ongecontroleerd door alle Nederlandse media klakkeloos overgenomen.
Pijnlijke feitelijke onjuistheden voor de vrouw en kinderen die de oud-collega achterliet, pijnlijke feitelijke onjuistheden voor alle vrienden en anderen die hem na stonden. Zo werd gesuggereerd dat de journalist-renner was omgekomen omdat hij aan de verkeerde kant van de weg zou hebben gereden en iedereen was gewaarschuwd dat er gewoon verkeer op de weg zou rijden tijdens de wedstrijd. Tijdens een officieel wereldkampioenschap! Kortom een volstrekt onmogelijke en onacceptabele situatie. Toch werd daarmee de indruk gewekt dat het ongeval zo’n beetje zijn eigen schuld was. Een bewering die vervolgens ook door mensen waarvan je zou denken dat ze beter zouden moeten weten, even klakkeloos voor waar werd aangenomen. Het stond immers in de krant!

Maar de feiten – die nooit en nergens zijn gecontroleerd – vertellen een ander verhaal. Het kampioenschap, dat al van voor de eeuwwisseling wordt verreden, wordt onder officieel auspiciën van de wereldbond, de UCI (Union Cycliste International) verreden. De veiligheidsmaatregelen horen dan navenant te zijn. De wedstrijd werd verreden over twee ronden van ongeveer 40 km. Dat betekent dezelfde veiligheidsmaatregelen als bij een klassieker: wedstrijdwagens met jury en motoragenten, die iedereen op het parcours op een veilige plek horen te zetten met de instructie dat ze pas verder mogen als de laatste jurywagen is gepasseerd. Verkeer dat ook alleen in de rijrichting van de wedstrijd wordt toegelaten. Het was koers! Dat betekent dat de gehele weg door de wedstrijdwagens en motoragenten wordt vrijgehouden. Er kunnen auto’s staan, maar op overzichtelijke plekken, waardoor je er gemakkelijk langs kunt.

De feiten waren dat in de tweede ronde een meter of twee, drie achter een onoverzichtelijke bocht in een afdaling een auto reed, in tegenovergestelde richting van de wedstrijd. Hoe die auto daar kwam, moet het politierapport, waar nu nog aan gewerkt wordt, uitwijzen. Maar daar zijn verschillende theorieën voor denkbaar. Belangrijk is echter dat het geen ‘eigen schuld dikke bult’ verhaal was. Een suggestie die de toch al getraumatiseerde nabestaanden nu keihard voor de kiezen kregen. Dankzij onzorgvuldige journalistiek, omdat er niets, maar dan ook niets was gecontroleerd. Zelfs zijn leeftijd hadden de oud collega’s klakkeloos overgeschreven uit het Tiroler sufferdje, waardoor onze in 1955 geboren vriend, nu ineens 55 scheen te zijn, in plaats van 58.

De traditionele Nederlandse journalistiek klaagt de laatste jaren steen en been over de moeilijke positie waarin ze is terechtgekomen. Afgeslankt door moordende concurrentie door gratis kranten die niet meer zijn dan een doorgeefluik van persberichten en onbetaalde amateurs op gratis websites. Vermalen door een tsunami van nieuwe media, waardoor de nieuwsconsument hun pareltjes van journalistieke arbeid niet meer tussen de overvloed van slordige berichten zou kunnen vinden.

Maar kloppen die beelden nog wel? Is die klaagzang wel terecht, als je ziet dat – ook bij dit relatief kleine nieuws – er geen letter wordt gecheckt, dat die journalistieke handarbeid beperkt blijft tot het overschrijven van elkaars ongecontroleerde nieuws? Wat moet ik dan denken van al die andere berichten?

Als de journalistiek wil overleven, moet ze allereerst geloofwaardig zijn, deskundigheid tonen. Dat kost tijd, dat kost geld, maar dan bied je tegenwicht aan alle gratis ongecontroleerde geruchten en loze beweringen. Dat is waar je als journalist in feite voor wordt betaald. Wie dat niet meer doet verliest aan geloofwaardigheid en verleidt de betaalde lezer inderdaad naar kwalitatief gelijkwaardige gratis onzin over te stappen.

66 Flares Twitter 10 Facebook 53 LinkedIn 3 Google+ 0 Pin It Share 0 Email -- Filament.io 66 Flares ×

Reacties

Loading Facebook Comments ...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *